zaterdag 5 september 2015

De technologische utopie: over het bestand, van Arnon Grunberg.

In Het bestand volgen we Lillian. Lillian is misschien wel de ultieme karikatuur van iemand die zich beter voelt online dan in het echte leven. Ze kan alleen virtueel werkelijk functioneren en wanneer ze in de werkelijkheid gaat functioneren en meedraaien in de samenleving dan vloeit dat ook puur voort uit haar virtuele bestaan. Zo is zelfs de offline realiteit een verlengde van Lillians online bestaan. Dat past natuurlijk perfect binnen de gehele thematiek van de novelle, waarin computers en virtual reality verheerlijkt worden en de harde realiteit daarbuiten wordt neergezet als iets ongewensts, wat beter zo snel mogelijk kan verdwijnen.

“Lillian zag niet zozeer op tegen de gevangenis als wel tegen een leven zonder computer, zonder internet. Ze had eens gelezen dat hackers die gepakt waren jaren niet op het internet mochten.” (Grunberg, 2015, p. 57).

Lillians ergste nachtmerrie wordt in deze paar zinnen omschreven als een leven zonder computer. In principe zegt dat genoeg over het personage Lillian en de wereld waarin zij leeft; een wereld waarvan zij geen deel uit wil maken. Als vervanging van een leven in de echte wereld heeft Lillian een leven online opgebouwd, met online vrienden die ze in het echt nog nooit ontmoet heeft.

Satire
Met Het bestand levert Grunberg een duidelijke satire op de huidige samenleving, die zich steeds meer en meer online lijkt af te spelen. Lillian fungeert daarbij als extreem voorbeeld. Haar gehele leven speelt zich online af, of heeft banden met haar online bestaan. Iets anders wil ze ook niet.

“Jarenlang had de maatschappij tekenen gegeven dat ze Lillian niet hoefde en op een gegeven moment was Lillian tot de conclusie gekomen: ik hoef de maatschappij ook niet.” (Grunberg, 2015, p. 15).

Het meest frappante aan deze novelle is natuurlijk uiteindelijk dat Lillian door een van haar online vrienden wordt ingehuurd bij een bedrijf waarmee hij juist de online wereld wil ontmantelen en schade wil aandoen (onder de dekmantel van online beveiliging). Kennelijk is er nog een way out: namelijk de boel plat leggen en terug gaan naar de dagen van weleer.  

Plaats in het oeuvre
Wie een beetje bekend is met het oeuvre van Grunberg weet dat veel van zijn personages uiteindelijk aan hun neuroses ten onder gaan. De tragiek is allesomvattend en misschien is dat ook juist wel de aantrekkingskracht ervan. Denk maar terug aan de schrijnende scènes in De man zonder ziekte, waarin de getraumatiseerde hoofdpersoon opeens een voorliefde voor plasseks blijkt te hebben opgevat, als gevolg van zijn gevangenschap. Een ander voorbeeld is Jörgen Hofmeester, uit Tirza. Hij vermoordt zijn eigen dochter en haar vriend, vlak voordat zij op reis gaan naar Namibië. De naam Tirza is daarbij niet toevallig gekozen voor het kind, want in het Hebreeuws heeft Tirzah de betekenis van oogappel en dat was zij ook voor Jörgen. De desillusie is daarmee compleet. Wie vermoordt immers zijn oogappel?

Met deze novelle lijkt Grunberg echter milder dan gebruikelijk, althans, voor zijn personages. De scherpe kantjes van Lillians persoonlijkheid verdwijnen eigenlijk wel na het deel van het verhaal waarin ze wraak neemt op de man die naaktfoto’s van haar wou hebben. Het enige wat rest zijn haar online vrienden en een paar collega’s in het echte leven, maar die personages komen te weinig voor in het verhaal om echt de toon te kunnen zetten.


Grunberg is in Het bestand dan wel mild voor zijn personages en zet ze niet zo intens neurotisch neer als we wel eens van hem gewend zijn, maar tegelijkertijd schetst hij een beeld van een samenleving die zó afhankelijk is geworden van het internet en van computers en technologie in het algemeen dat ze zonder die middelen niet meer zou kunnen functioneren. Dat is natuurlijk een ontzettend afschrikwekkend beeld wanneer we met kritische blik naar onze samenleving in de echte wereld gaan kijken en de vraag stellen: ‘kunnen we nog wel zonder technologie?’ Het antwoord laat zich raden.